Stiekem kreeg ik deze eerst van Tess, daarna ook van Ed. Dus volg ik braaf de richtlijnen en verblijd of verveel ik iedereen met 10 weetjes waarvan u nog niet op de hoogte was. Hoewel het niet zo simpel is want ik heb al zoveel verteld over mezelf… Maar alla, here we go…
1. In het eerste leerjaar vond ik het jammer dat ik tot december moest wachten om mijn diploma “ik kan lezen” te halen. Mijn eerste boekjes las ik al vanaf september en ik ging elke week een boek of 4 halen in de bib. Die dan steevast 2 dagen later uitgelezen waren en ik aftelde tot vrijdagavond. De bib was immers alleen op vrijdagavond geopend in het kleine dorpje waar ik woonde.
2. Het vijfde en zesde leerjaar zat ik in een klein klasje, we waren met 12 en het vijfde en zesde leerjaar zat trouwens in 1 klas. Vanaf toen stonden er ook spreekbeurten op het menu. Die schreef ik zelf voor zowat de hele klas. Dat deed ik erg graag en iedereen kreeg er ook steevast goede punten voor. Mijn punten waren altijd net iets minder omdat ik ongelooflijk verlegen ben. Zet mij voor een klas en ik weet nog amper mijn naam. Ik kon de spreekbeurt wel schrijven, maar niet voorbrengen.
3. Wiskunde en rekenen vind ik een makkie. Als we in de lagere school rekenoefeningen kregen in de klas dan kreeg ik er dubbel zoveel als de rest. Dan nog was ik altijd als eerste klaar. Ook in het middelbaar heb ik het nooit een probleem gevonden. Geen enkele keer heb ik langer dan 10 minuten gestudeerd voor het vak ‘wiskunde’. Ik ging er vanuit dat het toch wel zou lukken en de scores bewezen dat ook.
4. Het lukt me niet om een tekst zomaar uit het hoofd op te zeggen. In de lagere school lukte het niet de gedichtjes op te zeggen in de klas. Sindsdien is het er niet op vooruit gegaan. Alleen teksten van liedjes ken ik vanbuiten. Gewoon omdat die liedjes de hele tijd in mijn hoofd spelen. Ik heb dan ook erg veel respect voor mensen die zomaar uit het hoofd een gedicht of tekst kunnen citeren.
5. Ik heb deadlines nodig. Als er een wereldkampioenschap ‘uitstellen’ zou zijn, dan streed ik mee voor die titel. Maar hoe korter die deadline nadert, hoe sneller en efficiënter ik te werk ga. Daarom zet ik nu ook een deadline als ik schrijf, anders zou ik nooit een boek bij elkaar geschreven hebben. Die deadline was 24 september en die heb ik gehaald. De deadline voor de volgende is 17 februari. Er wordt dus nog niet veel geschreven omdat die datum nog zo veraf is…
6. Facebook is fun. Voor mij toch. Het brengt me niet zo veel bij, je leert er niet veel, maar ik vind het gewoon leuk. De spelletjes, de onnozeliteiten als ‘Date van de dag’… het verzet mijn zinnen.
7. Ooit heb ik nog een keer of 5-6 gaan betogen tegen apartheid. Ook in Leuven ben ik een keertje gaan betogen tegen apartheid en racisme. Dat was toen een verboden betoging en na een kwartiertje moesten we het op een lopen zetten voor de flikken. Spannend!
Het heeft trouwens effect gehad want enkele jaren later hebben ze Mandela vrijgelaten en hebben ze de apartheid afgeschaft…
8. Ik ben ongelooflijk vergeetachtig. Of wist u dit al en ben ik vergeten dat ik dat al eens een keertje heb verteld? Als ik naar de winkel ga dan heb ik alles bij… behalve wat ik eigenlijk dringend nodig had. Als ik naar de keuken ga dan sta ik de helft van de tijd rond te draaien terwijl ik mezelf afvraag wat ik daar in godsnaam kwam doen of halen. Voor degenen die denken dat dit de eerste tekenen van Alzheimer zijn, dit heb ik al sedert mijn kindertijd. De progressie zou dus wel heel erg traag zijn in mijn geval
9. Toen ik in de verpleegstersschool zat, had ik (net als de andere jongens uit onze school) redelijk wat contact met de dokter-stagiairs en dokter-assistenten. Die wilden weten welke de ‘makkelijke meisjes” waren en voor welke ze moesten opletten. Ook in onze stamkroeg kregen we die vraag vaak van de lokale mannelijke bevolking. Mijn standaard-antwoord was dat ik daar geen flauw idee van had.Wat eigenlijk ook gewoon de waarheid was.
10. Een tijdlang heb ik schaak gespeeld bij de KMSK (Koninklijke Mechelse SchaakKlub). Daar ben ik zelfs een keertje topscorer geworden bij de interclubspelers. Met 8/11 tegen spelers die allemaal sterker waren (volgens de ELO-klassering toch), was dat een resultaat waar ik erg trots op was. Tussendoor scoorde ik ook een 3/4 in de Zilveren Toren competitie. Telkens ik een clubcompetitie meespeelde, haalde ik sterke resultaten. Maar in de schaakclub zelf bleef ik hangen in de onderste regionen. Tegen mijn vrienden was het moeilijker om met hart en ziel te strijden voor de overwinning.
Voilà. Dit waren de 10 weetjes. Doorgeven ga ik dit stokje niet meer doen. De meeste blogs die ik ken, hebben het al gehad en dus zou ik vooral mensen nog een keertje vermelden. Het moet ergens stoppen, nietwaar