Het grootste circus van Frankrijk is weer voor drie weken op pad. De Ronde van Frankrijk. Voor mij hangen er heel wat mooie herinneringen aan vast.
Toen ik nog een snotneus was, had immers niet iedereen in de straat een televisietoestel. Mijn ouders hadden er eentje en dus zaten er zo’n 7 of 8 mannen naar de uitzendingen van de Ronde te kijken bij ons thuis. Tot enkele jaren later een buurman een kleurentoestel kocht. Meteen zat ik vanaf die tijd alleen nog met mijn vader te kijken.
Toen ik een jaar of 8 was, mocht ik voor het eerst het krantje van de Ronde gaan rondbrengen en verkopen. Mijn ouders hadden een krantenronde voor “Het Volk” en elke dag werd er rond een uur of 8 ’s avonds het krantje van de Ronde afgeleverd. Zo’n 8 bladzijden tournieuws die meteen na de aankomst van de rit op de persen ging en dus al enkele uren later werd afgeleverd. De vaste klanten kregen er eentje in de bus, de rest werd onderweg verkocht. Het was voor mij wel leuk hoor, zo rondlopen met een
geel petje op waarop “Het Volk” stond terwijl ik riep “Ronde Van Frankrijk”.
Mijn eerste wielerheld was niet Eddy Merckx. Hij was toch al de favoriet en dat was te makkelijk, ik heb het altijd voor de underdog… toen was dat Luis Ocaña. Typische ronderenner die maar één keer de Ronde kon winnen. Maar met een mooie naam. Toen ik 7 was, was die naam belangrijker dan de nationaliteit of het talent van de renner
Samen met mijn vader heb ik vele ritten gezien van de Ronde. Vaak waren er technische problemen waardoor Fred Debruyne zaliger (nog steeds mijn lievelingscommentator) vaak een heleboel tijd moest volpraten zonder informatie over de renners. De renners waren toen ook maar zo’n 40 of 50 kilometer lang in beeld. Het was toen dus nog belangrijker om je te laten opmerken in volle finale van een rit.
Er is echter nog 1 traditie die ik in ere blijf houden. Zet me voor de uitzending van een wielerwedstrijd en ik val in slaap. Niks aan te doen. Het is vroeger dan ook meermaals gebeurt dat mijn moeder mijn vader en mij moest wakker maken zodat we de aankomst niet zouden missen. Soms te laat natuurlijk. Dan vroeg ze ons wie er de rit had gewonnen en hadden we het geen van beiden gezien…
Nu kijk ik er nog zelden naar. Volg de uitslagen maar vanop afstand. Hoewel ik een ongelooflijke bewondering heb voor de prestatie van al die renners die Parijs halen.
Categorieën: Blogvulling
getagged: nostalgie, Ronde van Frankrijk, wielrennen
“Awel, waarom denkt de juffrouw dat ze al uit het zwembad mag?”
“Maar trainer, mijn pak is gescheurd… slechte kwaliteit die je besteld hebt hoor…”
“Slechte kwaliteit?? Slechte kwaliteit?? Hoe durft ge het zeggen! Ik heb u nog zo gezegd dat ge niet zoveel ajuin moogt eten. Gisterenmiddag heb je eerst bonen gegeten en dan nog een berg ajuin ’s avonds. Wat voor effect denkt de juffrouw dat zoiets heeft?”
“Heu…”
“Awel? Nu hebt ge gene grote mond hé!”
“Maar allez trainer… zoveel heb ik toch niet gegeten…”
“Manmanman, niet zoveel gegeten zegt ze dan… Dat zwempak was bijna ne luchtballon aan het worden, je billen gingen zelfs niet onder water toen je erin dook… niet zoveel gegeten… had je pak niet gescheurd dan hing je nu tegen het plafond…”
“Maar allez…”
“Vooruit! Ga iets anders aantrekken! pakt maar nen bikini voor deze keer… en probeert er sebiet wel gene jaccuzi van te maken hé!”
Categorieën: Uncategorized
getagged: fantasie, training, zwempak
Daarstraks stapte ik in de auto. Belde nog even met een collega voor ik naar de volgende patiënt vertrok. Reed achteruit de straat op en zag dat een dame 2 auto’s verder net hetzelfde deed. Alsof we synchroon aan het rijden waren. Even keek ik in mijn achteruitkijkspiegel en vond haar blik. Of beter haar zonnebril, maar dat is maar een detail.
Meteen dacht ik “cool, laten we hier even een nummertje synchroonrijden ten beste geven…”. Zo gezegd zo gedaan en ik begon dus een slalom die ik wilde afsluiten met een mooie spin… Maar in mijn spiegel zag ik dat de dame achter me gewoon 100 meter achter me reed. Die spin heb ik dan maar zo gelaten.
Toch jammer dat sommige mensen zo weinig fantasie hebben…
Categorieën: Blogvulling
getagged: auto, fantasie, werk
Waarschijnlijk wordt het zo stilaan tijd om eens wat aan mijn woordgebruik te doen. Het is immers niet de eerste keer dat ik iemand tegen kom die, na het lezen van mijn blog, bij een eerste ontmoeting in real life zegt “amai, ik had mij u wel veel ouder voorgesteld”.
Het net afgelopen weekend was er bij Chelone een opentuin-weekend. Via Margo had ik vernomen dat er een poging werd gedaan om wat bloggers samen te krijgen. Meteen een leuk moment om eens de gezichten te zien die achter een blog schuil gaan en meteen een blijk van waardering voor de prestatie van Chelone. Zo’n tuin inrichten is niet mijn ding, het is gewoon veel te veel werk. Voor Chelone kan ik dus alleen maar waardering hebben, want het was meer dan zijn geld waard om er in rond te struinen. Of neen, want “struinen” is niet hip genoeg, om er dus te chillen.
Het was een leuke bende die rond de met chips en taart gevulde tafels neerstreek. Het zou me niet verwonderen moest het daar erg laat geworden zijn voor de laatste verdwenen was. Het was ook mijn bedoeling om er te blijven hangen. Wegens omstandigheden kwam ik er echter zonder passagiers aan, de afspraak om er met Margo naartoe te rijden viel in het water, en de lokroep om vroeg te vertrekken en bij D. te gaan eten bleek te sterk om te negeren.
Eerlijk gezegd, ik voel me ook niet zo meteen thuis in een groep mensen die ik niet ken. Het was teveel nieuw volk ineens en dan zoek ik mijn weg nog een beetje, ben ik ook stiller dan ik meestal ben. Volgende keer zal ik me al veel beter thuis voelen tussen die bende en dan zullen ze me buiten moeten jagen voor ik wil vertrekken
Ondertussen oefen ik dus al een beetje in het vinden van hippe en moderne woorden zodat ik niet als een oude grijsaard overkom
Categorieën: Uncategorized
“Halt! Afstijgen en handen omlaag houden!”
Verbaasd keken Eddie de Ridder op het Zwarte Paard en Unlucky Frank naar de man die voor hen was komen staan. Toen keken ze elkaar verbaasd aan. Waarom zouden ze in godsnaam moeten afstijgen? Omdat dat snulletje voor hun neus dat vroeg?
“Ingeval u twijfelt, kijk dan even links en rechts van u…”
Uit het struikgewas kwamen een dertigtal zwaar bewapende soldaten tevoorschijn. Meteen besloten Eddie de Ridder op het Zwarte Paard en Unlucky Frank het zekere voor het onzekere te nemen. Maar nog steeds begrepen ze er niks van. De soldaten hadden een wapenschild op hun harnas dat ze nog nooit hadden gezien. Wie waren die gasten eigenlijk?
“Wie bent u eigenlijk?” vroeg Unlucky Frank.
“Wij zijn soldaten van Graaf Coburg,” antwoordde de vreemdeling, “wij zijn naar hier gestuurd om de troepen van de graaf hier te helpen in zijn strijd tegen de baron van den andere kant. Wij zijn adviseurs en vechten dus niet. Ons opleiden kost nogal veel en onze Graaf is niet zo heel rijk, dus mogen wij niet sterven. Wij adviseren jullie nu dus om rechtsomkeer te maken, er wordt hier een beetje verder nogal serieus gevochten en het is er dus niet veilig.”
Met open mond luisterden Eddie de Ridder op het Zwarte Paard en Unlucky Frank naar de uitleg. Toen staarden ze elkaar met open mond aan. Ze begrepen er niks van.
“Dus… je bedoelt… meen je dat nu?” begon Eddie de Ridder op het Zwarte Paard, “jullie zijn opgeleide soldaten maar mogen niet vechten? Maar… wat doen jullie dan als jullie aangevallen worden?”
“Maar dan verdedigen we ons,” sprak de vreemdeling, “we laten ons niet afslachten hé. Maar als we worden aangevallen, dan gaan we daarna terug naar huis. Wij nemen geen risico’s, we moeten allemaal heelhuids naar huis terug kunnen.”
“Waarom hebben jullie ons eigenlijk tegen gehouden?” vroeg Unlucky Frank, “jullie mogen zelfs geen vinger uitsteken naar ons…”
Om zijn woorden kracht bij te zetten, deed Unlucky Frank een stap naar voor. Tegelijkertijd trok hij zijn zwaard zodat hij de reactie van de vreemdeling even kon testen. Alleen deed hij dat nogal enthousiast en vloog zijn zwaard uit zijn handen. De vreemdeling kon het nog net ontwijken.
“Man, wat doe je nu?” riep de vreemdeling ontsteld, “ik heb je toch net gezegd dat we niet zijn gekomen om te vechten? Als je dat nog eens doet, dan zijn we genoodzaakt naar huis te gaan!”
Meteen haalde Eddie de Ridder op het Zwarte Paard zijn zwaard boven.
“Dan zou ik maar al gaan lopen als ik jou was,” riep hij de vreemdeling toe, “want wij hebben net zin in een lekker gevecht en zijn er zeker van dat we 3 of 4 van je kompanen kunnen uitschakelen voor we zelf sterven. Voor ons maakt het niet uit, wij willen sterven in een moedig gevecht en dit lijkt er eentje te kunnen worden. Trek jullie zwaarden dus maar al.”
De soldaten keken elkaar allemaal verbaasd aan. Ze deden allemaal enkele stappen achteruit en begonnen te roepen onder elkaar. Dit kon toch niet, zij waren adviseurs en mochten niet vechten.
“Dit is de laatste waarschuwing,” riep de vreemdeling, “doe je zwaard weg of we gaan naar huis!”
“Als jullie naar huis willen, loop dan maar wat,” brulde Eddie de Ridder op het Zwarte Paard, “want ik ben van plan jullie te gaan achtervolgen!”
Meteen maakte hij aanstalten om op zijn paard te kruipen. De soldaten zagen het gebeuren en zetten het op een lopen.
“Jullie verdiende loon,” riep de vreemdeling nog na, “we komen hier nooit meer terug!”
Stomverbaasd keken Eddie de Ridder op het Zwarte Paard en Unlucky Frank elkaar aan. Dit hadden ze nog nooit meegemaakt. Ze zouden het zelfs nooit verder kunnen vertellen. Wie zou er nu ooit geloven dat soldaten worden uitgestuurd en dan niet mogen vechten?
Categorieën: Verhaaltjes
getagged: Eddie, Unlucky Frank, verhaaltje
Het is hier nogal rustig geweest de laatste week. Gelukkig was het geen writer’s block… daarvoor moet ik eerst nog schrijver worden
. Er was gewoon niks interessants of leuks te melden. Bovendien zorgde een zekere Stieg Larssen er voor dat ik de laatste tijd nogal erg veel aan het lezen ben geweest. Manmanman, zijn boeken werken verslavend. Het was zo moeilijk om ze opzij te leggen. Hetgeen me eraan doet denken dat ik binnenkort zeker en vast naar de cinema moet om “Milennium” te gaan zien!
Nu ik de trilogie heb gelezen, komt er terug wat tijd vrij om andere dingen te doen. Net op tijd trouwens, want volgende week is hier in Lier een drukke week. Avondmarkt op donderdag, braderij in het weekend en ik moet 5 dagen niet werken… nu alleen nog wat goed weer regelen
Categorieën: Blogvulling
getagged: feest, Lier
De laatste tijd ben ik meer en meer met Facebook bezig. Stilaan begin ik het zo een beetje onder de knie te krijgen. Wat ik er nu wel leuk vond, dat is het kwisje “Hoe goed ken je mij?”. Puur voor de fun heb ik 10 vragen over mezelf op een rijtje gezet en enkele van de vrienden (of eigenlijk moet ik ‘vriendinnen’ schrijven, want het zijn bijna allemaal dames) hebben het ingevuld. Met scores van 4/10 en 5/10 als gevolg
Ergens wel begrijpelijk want ik had het niet zo makkelijk gemaakt. Wie mij kent, weet welke mijn favoriete band is. Maar daar hoort ook een strikvraagje bij. Want even verder staat de vraag “welk nummer zou ik zingen in een karaoke-bar”… tussen de antwoorden dus een Iron Maiden liedje gezet, dat gul wordt aangeklikt. Jammer hoor… maar ik zou me nooit aan één van hun nummers wagen in een karaoke-bar. Dat is zo ongeveer heiligschennis
.
Verder vraag ik ook het aantal knie-operaties dat ik heb gehad. Ze wisten wel dat ik er heb gehad, maar hoeveel? Het is ook al lang geleden dus vermeld ik meestal alleen dat ik operaties achter de rug heb… en die 2 aan de linkerknie daar spreek ik dan meestal geeneens over. Dat de dames mijn favoriete voetbalploeg niet kennen, dat is wel begrijpelijk. Met vrouwen spreek je niet over voetbal
Alleen vond ik het raar dat ook de laatste vraag telkens verkeerd werd beantwoord… “What is my sexiest feature?” Maar hier hebben de dames een inschattingsfout gemaakt. Ze vulden in wat zij sexy vonden aan mij terwijl het toch logisch is dat mijn aangekruiste antwoord was : “me… sexy? you gotta be kidding me…” 
Categorieën: Blogvulling
getagged: facebook, geintje, quiz
Waar ik bij het controlepaneel van WordPress altijd op let, zijn de zoektermen. Er staat een tool bij die aangeeft welke zoekopdracht werd ingegeven als er iemand via een zoekmachine op deze blog terecht komt. Meestal zijn het er niet zo veel, tussen de 5 en 10 per dag ruw geschat. Af en toe vraag ik me wel af hoe ze via de aangegeven zoekterm op mijn blog terecht zijn gekomen. Als ik de zoekterm zelf ingeef en google erop los laat, vind ik immers nooit mijn blog terug tussen de gegeven resultaten.
Logischerwijze is de topper voor mijn blog “breeg”. Op een verrassende 2de plaats staat “Ed force one”. Blijkbaar zijn er regelmatig Iron Maiden fans op zoek naar foto’s van de grootste “tourbus” ooit. Sinds enkele dagen is er een nieuwe derde plaats. Blijkbaar hebben er redelijk wat mensen “stemtest” gegoogled en zijn dan, waarschijnlijk tot hun grote verbazing, in het verhaal van Eddie de Ridder op het Zwarte Paard terecht gekomen. Weten ze meteen ook wanneer de eerste stemtest ooit heeft plaats gevonden… Hoewel ik een vaag vermoeden heb dat het verhaaltje niet was wat ze aan het zoeken waren….
Oorspronkelijk wilde ik me verontschuldigen tegenover al degenen die hier per ongeluk terecht zijn gekomen. Alleen… dat is te laat hé. Ze zijn hier geweest, zijn weer weg en ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat die toch niet meer terug komen lezen
Categorieën: Blogvulling
getagged: foutje, stemtest, zoekmachine
Yep, het is feest ten huize Breeg! Dit is namelijk de 200ste post van deze blog. Onwaarschijnlijk dat ik al zoveel zever bij elkaar geschreven heb
en nog onwaarschijnlijker dat er mensen blijven terugkomen om die zever ook nog te lezen en reacties achter te laten!
Bij deze geef ik jullie allemaal een virtueel glaasje champagne en laten we klinken op … tja, op wat eigenlijk? Vult u het voor uzelve maar in. Ik klink op een goede gezondheid, veel liefde, veel geluk, weinig tegenslag en dat ik nog genoeg inspiratie zal vinden om hier nog eens minstens 200 postjes op te laten volgen!
Schol!

Categorieën: Uncategorized
Wist u dat ze in de cinema “twin seats” hebben? Sinds gisteravond weet ik het ook. Een tijdje geleden kregen D. en ik een gratis ticket aangeboden in de Metropolis. Gisteravond besloten we dat ticket te gaan verzilveren. Alvorens we er een hapje gingen eten, moesten we ook nog een keuze maken. Dat was een klein probleempje, want er waren niet zo gek veel films die in aanmerking kwamen. Enkele vielen af omdat ze alleen een vertoning hadden om 22u en eigenlijk bleef er alleen eentje over die ik al gezien had. Omdat ik er tegenover D. lovend over gesproken had, wilde zij hem ook graag zien en dus werd het “He’s just not that into you”.
We zijn ons gratis ticket gaan inleveren bij de receptie en kregen de retorische vraag “Een twin seat vanachter?”. Voor we door hadden wat die twin seat was, lagen de tickets al voor onze neus op de balie. We hebben de hele film dus lekker knus tegen elkaar geleund. Ik vond het wel leuk naast iemand te zitten die nog meer in zijn stoel schuift dan ik doe. Het gaf me een vreemd rustgevend gevoel. Het was ook tof om de film nog een keertje terug te zien. Net als de vorige keer heb ik er weer van genoten, net als D. trouwens.
Categorieën: Blogvulling
getagged: film, twin seat