Daarstraks zag ik hem lopen. Meneer anti-schaak. Zijn echte naam ben ik al heel lang vergeten, maar die bijnaam die ik hem gegeven heb niet. De partij die we speelden ook niet, of althans de essentie ervan niet ook al is het dan 15 jaar geleden.
In lang vervlogen tijden heb ik ook nog enkele jaren schaak gespeeld. Want als je op je 25ste te horen krijgt dat je geen actieve sporten meer mag beoefenen en je bent een competitiebeest, wat doe je dan? Inderdaad, je gaat op zoek naar alternatieven. Via darts en snooker ben ik bij het schaken terecht gekomen. De inactieve sport bij uitstek en iets waar ik me helemaal op kon storten in die tijd.
Zodoende kwam ik terecht bij een stevige schaakclub waar ik in de onderste regionen mijn skills als schaker kon gaan testen. Dankzij veel zelfstudie (als vrijgezel had ik er de tijd voor) ging mijn kennis met rasse schreden vooruit en tegen het einde van het seizoen moest ik tegen meneer anti-schaak. In het begin van de partij won ik een pion en enkele zetten later zette ik die voorsprong om in een toren. Waarna ik alle stukken begon te ruilen, gewoon omdat het de snelste weg naar winst was. Uiteindelijk bleef hij doorspelen tot hij mat werd gezet. Niet echt sportief, maar ja. Met tegenzin wenste hij me proficiat met mijn overwinning met als commentaar : “Dat was wel anti-schaak hé, wat je deed. Zomaar alle stukken van het bord ruilen, dat was niet sportief.” Mijn logische commentaar : “Dat was gewoon de snelste manier om te winnen, ik had dorst en wilde aan den toog gaan zitten.”
We hebben elk jaar nog tegen elkaar gespeeld, maar we hebben nooit een partij samen geanalyseerd. Nooit even gebabbeld. Hij heeft me die nederlaag nooit vergeven. Ik heb hem zijn commentaar nooit vergeven en als straf heb ik hem elke keer ik hem tegenover me had gewoon geklopt. Met anti-schaak uiteraard. Wat dacht u anders?
1 antwoord so far ↓
lentesneeuw // 22 augustus 2008 bij 5:54 pm |
Ik voel die wraak tot in mijn kleinste teen *gniffel*