“Zie je die man daar ook staan Franky?”
“Ja heer,” antwoordde Unlucky Frank, “en ik vraag me af wat hij daar op die stok staat te leunen.”
“Dat moeten we eens wat nader gaan bestuderen.”
Aldus reden Eddie de Ridder op het Zwarte Paard en Unlucky Frank in de richting van de geheimzinnige man. Die vreemdeling hoorde hen pas aankomen toen ze al vlakbij waren. Met een ruk draaide hij zich in hun richting en keek hen onderzoekend aan.
“Goedendag vreemdeling,” sprak Eddie de Ridder op het Zwarte Paard hem toe, “wie mag u wel zijn en wat doet u hier?”
Onze vrienden merkten nu pas dat de vreemdeling naast een put stond. Ze merkten eveneens op dat hij niet op een stok maar op een spade leunde. Vreemd allemaal.
“Wat denkt gij dat ik hier sta te doen? Ik sta hier naast ne put en heb iets in mijn handen om die put mee te graven. Moet ik er nog een tekeningske bij maken? Ik ben hier ne put aan het graven.”
De vreemdeling schudde zijn hoofd vol onbegrip voor de domme vraag.
“Dimmen hé vriend,” siste Unlucky Frank hem toe, “dat je die put hier aan het graven was, dat wist mijn gat ook. Maar waarom sta je hier in godsnaam een put te graven? Of wil je hier een lijk verstoppen?”
“Ik doe hier ook alleen maar mijn werk he pummel.”
De vreemdeling bleef even arrogant en Unlucky Frank begon rood aan te lopen. Gelukkig zag Eddie de Ridder op het Zwarte Paard dit en besloot hij de gemoederen wat te bedaren.
“Ik ben Eddie de Ridder op het Zwarte Paard en dit is Unlucky Frank, wij zijn op doorreis vreemdeling. Wie ben jij eigenlijk?”
“Zwette Jef.”
“Aangename kennismaking Zwette Jef,” groette Eddie hem, “en vertel nu eens waarom je die put hier moet graven.”
“Ah, maar dat is toch simpel. Ik werk voor het stad en ze hebben me gisteren gezegd dat ik hier 2 putten moet komen graven van elk ne meter diep.”
“Twee putten zeg je,” zei Unlucky Frank terwijl hij even rond keek, “maar ik zie er nog maar ene.”
“Zeg vriend, mij niet afjagen hé,” brieste Zwette Jef, “ik ben er ook nog maar van gisterenmiddag aan begonnen. Trouwens, ze hebben gezegd dat het niet uitmaakte wanneer ze gegraven waren. Die putten moeten dienen voor flitspalen in te zetten.”
“Flitspalen?” vroeg Eddie de Ridder op het Zwarte Paard verbouwereerd.
“Ja, flitspalen. Ge weet toch dat ge hier met uw paard stapvoets moet voorbij rijden hé. Het is hier veel te gevaarlijk met al die spelende kinderen om in galop hier te passeren. Als ge dan te snel gaat, dan staat ge op de foto en dan krijgt ge een boete of pakken ze uw paard af.”
“Meent gij dat? Ik wist geeneens dat ze al foto’s konden nemen. Dat is toch nog niet uitgevonden?”
“Dat is waar, maar ze wisten hoe snel dat ik werk en dus moest ik nu al beginnen met het graven van die putten.”
“Ah zo,” zegde Eddie diep nadenkend, “dan gaan wij maar eens verder rijden zodat je rustig kan verder werken.”
Zo gezegd zo gedaan en onze vrienden besloten hun reis verder te zetten.
“Zeg baas,” vroeg Unlucky Frank toen ze net vertrokken waren, “zouden ze mijn paard ook afpakken als ik te hard voorbij ga rijden?”
“Tuurlijk Frank, iedereen gelijk voor de wet hé.”
Enkele seconden bleef Unlucky Frank stil staan, diep in gedachten verzonken. Toen greep hij zijn pijl en boog en schoot een pijl dwars door het hart van Zwette Jef. Het was Eddie de Ridder op het Zwarte Paard nog niet opgevallen dat zijn vriend was blijven staan en hij keek pas achterom door hij de doodskreet van Zwette Jef hoorde.
“Maar Frank toch,” vroeg Eddie de Ridder op het Zwarte Paard, “waarom doe je dat nu?”
“Niemand pakt mijn paard af. Als er gene put is dan kunnen ze er ook gene paal zetten, dus zijn we weeral safe hé baas.” antwoordde Unlucky Frank zelfzeker.
Daar wist Eddie de Ridder op het Zwarte Paard geen zinnig verweer op te geven en dus reden onze vrienden verder. Op zoek naar nieuwe avonturen.
Zwette Jef
16 september 2008 · 8 Reacties
Categorieën: Verhaaltjes
getagged: Eddie, Unlucky Frank, verhaaltje