“Goeiemiddag heren, kan ik u even storen?”
Unlucky Frank keek bezorgd naar Eddie de Ridder op het Zwarte Paard. Die vond het immers nooit leuk om zomaar gestoord te worden als ze onderweg waren.
“Wie ben jij dan wel snoodaard,” brulde Eddie de Ridder op het Zwarte Paard, “dat je ons zomaar laat halt houden.”
“Ik ben Gaston Plastron en ik ga uw leven veel aangenamer maken.”
“Maar dat is compleet overbodig,” merkte Unlucky Frank op, “ons leven is al aangenaam. Hoe kan je dat in godsnaam nog verbeteren?”
“Beste vriend,” begon Gaston Plastron zijn betoog, “jullie moeten toch met veel geld in die zadeltassen sleuren, niet? Het is niet ongevaarlijk om met al die goudstukken rond te rijden. Overal zijn bandieten die het willen stelen. Wel vrienden, ik heb de ideale oplossing.”
De man bukte zich naar de tassen die hij bij had. Unlucky Frank en Eddie de Ridder op het Zwarte Paard grepen al naar hun wapens, op alles voorbereid. Maar hij nam er alleen maar een redelijk klein stenen tabletje uit.
“Dit is jullie redding. Hiermee moeten jullie geen schrik meer hebben van bandieten.”
“Hoe gaat dat spul ons dan helpen,” vroeg Eddie de Ridder op het Zwarte Paard terwijl hij voorzichtig naderde, “stap ne keer van uw paard en ga dat eens van dichtbij bekijken Frank. Want ik vertrouw het niet.”
“Dit heren, is de Goldcard. Jullie geven mij 100 goudstukken en dan krijgen jullie deze kaart. Hiermee kunnen jullie dan in elke stad geld uit de muur halen.”
“Hoe bedoel je,” vroeg Unlucky Frank terwijl hij het tablet van dichtbij bekeek, “moeten we dit in een muur hameren om er dan geld uit te krijgen?”
“Maar nee,” lachte Gaston Plastron, “kijk… hier staat vanalles op het tabletje gekrast. In de stad kijken jullie dan uit naar een huis waar ‘Goldcard’ op geschilderd is en dan zullen jullie zien dat er een gat in de muur is waar een man achter zit. Jullie laten deze kaart zien aan de man en dan zeggen jullie hoeveel goudstukken jullie willen en hij geeft die. Dan krast hij achter op deze kaart hoeveel hij er gegeven heeft en kunnen jullie verder. Dus hebben jullie geen goudstukken meer nodig, alleen nog dit tabletje.”
Triomfantelijk keek de man onze twee vrienden aan. Ze stonden er wat overdonderd bij want dit was toch wat teveel om te verwerken.
“Dus als ik het goed begrijp,” recapituleerde Unlucky Frank, “kan ik met dat kaartje goudstukken krijgen. En dat is veilig volgens jou.”
“Inderdaad ja, helemaal veilig.”
Unlucky Frank trok zijn zwaard en voor Gaston Plastron goed en wel begreep wat er gebeurde lag hij kermend op de grond. Zijn linkerarm en rechterbeen waren afgehakt. Even ging er door hem heen dat het zwaard van die gast toch wel erg scherp was.
“Niet echt veilig hé vriend,” sprak Unlucky Frank de man toe terwijl hij het tabletje opraapte, “want ik heb het tabletje en ga straks 100 goudstukken afhalen. Wat ga jij doen om me tegen te houden?”
Daar had Gaston Plastron niet van terug.
“Oké, oké,” kon die er nog net uitkrijgen, “er zijn nog enkele details waar werk aan is. Maar het concept is toch al goed, niet?”
“Help hem uit zijn lijden,” gebood Eddie de Ridder op het Zwarte Paard, “dan nemen wij dat tabletje en gaan die goudstukken uitdelen aan alle bedelaars die we tegenkomen. Tsss sommige mensen zijn toch zo dom.”
Dat liet Unlucky Frank zich geen twee keer zeggen en met een korte ruk onthoofdde hij Gaston Plastron. Hij keek nog even goedkeurend naar zijn zwaard.
“Die zwaardenslijpers leveren goed werk heer,” zei hij terwijl hij terug op zijn paard kroop, “gelukkig zijn er hier en daar nog slimme mensen die hun werk goed doen.”
Het tabletje was ondertussen in de zadeltas van Eddie de Ridder op het Zwarte Paard terecht gekomen en vol goede moed reden onze vrienden nieuwe horizonten tegemoet.
Gaston Plastron
1 oktober 2008 · 5 Reacties
Categorieën: Verhaaltjes
getagged: Eddie, Unlucky Frank, verhaaltje