Toen ik gisteren de blog van professor(in spe) Trits gelezen had, kwamen er enkele jeugdherinneringen terug. Het ging daar over kliekjesvorming en roddels en achterbaks gedoe op het werk. Naar het schijnt komt het meer voor bij vrouwen dan bij mannen, maar professioneel heb ik alleen ervaring met vrouwelijke collega’s. Vergelijken kan ik op dat vlak niet.
In lang vervlogen tijden heb ik wel actief gesport. Voetbal en volleybal en dan vooral dat laatste. In één van de valleybalploegen ben ik zelf ook een tijdlang het slachtoffer geweest van roddels en kliekjesvorming. Alleen zat ik zo ongeveer op mijn eentje in dat kliekje en zaten alle anderen in het andere kliekje. Aanstoker ervan was mijn eigen broer.
Ik hoor het u tot hier denken : uw broer?? Inderdaad ja. Hij is 11 jaar ouder en als je als 21-jarige in een volleybalploeg komt waar je broer al 10 jaar speelt en de leider is… dan geeft dat dus problemen als je na enkele maanden de plaats van je broer gaat innemen. We speelden namelijk op ons sterkste op dezelfde positie, met het voordeel dat ik verdedigend veel beter was, 11 jaar jonger en ook 6cm groter was. Hoe hij zijn plaats in de ploeg heroverde? Gewoon wat roddelen en er voor zorgen dat de spelverdelers mij zowat de hele tijd over het hoofd zagen. Geen passes meer, dus kon ik ook geen punten afwerken en werd ik nogal onzichtbaar. Dat de ploeg daardoor ook nog enkele wedstrijden verloor, werd er maar bij genomen.
De ploeg heb ik na dat ene seizoen niet meer terug gezien, daar had ik genoeg van. Die broer van mij, dat is nooit meer echt goed gekomen en de laatste 5 jaar heb ik hem alleen maar op de begrafenis van mijn vader gezien. Van je familie moet je het hebben, nietwaar…