Mijn lucky pants liggen klaar voor zaterdag. Het kan dus alleen maar een geslaagde avond worden, daar gaan die ongetwijfeld voor zorgen. Want als ik het eerlijk toegeef ben ik wel een beetje bijgelovig. Hoewel bijgelovig misschien een verkeerd woord is.
Laat het me even verduidelijken. In lang vervlogen tijden heb ik ook nog gesport. Een jaar of 8 heb ik volleyball gespeeld en de aanloop naar een wedstrijd verliep steevast volgens hetzelfde stramien. Ik ging nooit als eerste de kleedkamer binnen, dan ging ik zitten en deed eerst mijn linkerschoen uit, dan de rechterschoen en dan ging mijn sporttas pas open. Vervolgens de jas uitdoen, dan eerst alles onder de gorden omkleden alvorens mijn lucky shirt aan te doen. Nooit speelde ik een competitiewedstrijd zonder dat shirtje onder het wedstrijdshirt. Soms een probleem, want mijn laatste seizoen speelde ik bij 3 ploegen (in 3 verschillende sportbonden) en dus was het de 3de wedstrijd van het weekend geen al te fris ruikend shirtje meer.
Als we dan uit de kleedkamer kwamen, liep ik altijd eerst 3 rondjes rond onze helft van het terrein voor ik een bal aanraakte. Tijdens de opwarming kreeg je ook geen woord uit mijn mond. Te geconcentreerd bezig met de eigen opwarming en het scouten van de tegenstander. Zodat ik bij het begin van de wedstrijd nog wat tips kon meegeven over de gevaarlijke spelers, wie er linkshandig was, wie technisch zwak was… Tactiek is nu eenmaal heel belangrijk.
Maar of dat nu allemaal bijgeloof is? Voor mij was het een manier om mijn concentratie te vinden. Tijdens dat hele stramien begon ik me te focussen op de wedstrijd. Toen ik jaren later ging schaken, had ik al snel ook zo’n ritueel gevonden. Uiteraard moet je je daarvoor niet omkleden, daar was het een korte routine. Dan gaf ik mijn tegenstander altijd een hand voor ik ging zitten. Als de stukken nog niet op het bord stonden, zette ik eerst de torens op het bord. Als de stukken er al stonden, raakte ik eerst mijn torens even aan om ze goed te zetten. Vervolgens schreef ik de naam van mijn tegenstander op mijn wedstrijdblad, maar schreef ik daar nooit de mijne bij. Dan ging dat blad rechts van mij met de stylo tegen het schaakbord. Nog even kijken naar de klok en dan de tegenstander terug een hand geven en “goede match” wensen en de wedstrijd kon beginnen.
Of ik nu een wedstrijd won of verloor, dat maakte geen verschil voor de routine. Het was gewoon een ritueel om mijn concentratie op te bouwen zodat ik een goede wedstrijd kon spelen. Doorbrak ik die routine, dan was de rest van de avond mijn concentratie gebroken. Dan lukte niks.
Alleen heb ik dus geen lucky pants natuurlijk. Waarom zou ik geconcentreerd moeten zijn om te daten? Zaterdagavond doe ik mijn kleerkast open, neem iets waar ik me goed in voel en vertrek. Amusement verzekerd