Laatst las ik in de krant dat de medische sector meer slachtoffers maakt dan het verkeer. Door medische fouten zouden meer mensen sterven dan door verkeersongelukken. Na wat ik de voorbije week hoorde, moet ik het ook nog echt gaan geloven.
Waar ik het verder niet over ga hebben is de patiënt die door zijn huisdokter een maand of 2 aan het lijntje werd gehouden en dan zelf maar naar specialisten ging om te laten vaststellen dat zijn overlevingskansen nu toch een pak minder zijn dan 2 maanden geleden.
Waar ik het wel even over wil hebben is het verhaal dat ik van mijn Ex hoorde. Een week of 3 geleden stelde de huisdokter een longontsteking vast bij de moeder van mijn Ex. Toen ze na 2 weken nog achteruit was gegaan, werd de huisdokter er terug bij geroepen. Net op tijd, zo bleek, want tijdens het huisbezoek kreeg moeder-van-ex een kleine hartaanval. Met ambulance en Mug naar spoedgevallen waar men er eerst nog erg licht over ging. “Kleine hartaanval, een paar onderzoekjes en overmorgen is ze weer thuis” zo klonk het op de afdeling spoedgevallen.
Een paar dagen later werd het een ander verhaal. De hartspecialist constateerde 2 dichtgeslibde hartaders en een bypass was levensnoodzakelijk. Gezien de leeftijd van moeder-van-ex (ongeveer 83 als ik het me goed herinner) was de operatie even levensbedreigend als niet opereren, maar er was geen keuze.
Ondertussen hoor ik u denken “amai, eerst een longontsteking en dan zoiets”. Nee hoor, zoals ik zelf meteen opmerkte tegen Ex (en de hartspecialist bevestigde dit de volgende dag toen ze het hem vroeg) was er nooit een longontsteking geweest. Het hart was 3 weken geleden al stilletjes de geest aan het geven en het vocht dat daardoor in de longen was achter gebleven, werd door de huisdokter als een longontsteking gezien. Een bijna-fatale fout.
De operatie zelf werd door de hartchirurg omschreven als uiterst kritiek, met een overlevingskans van 50%. ’s Avonds had Ex bijna ruzie met haar zus. Reden was een kinesiste die tegen zus-van-ex had gezegd dat het allemaal niet zo erg was, het was helemaal geen zware operatie en al helemaal niet levensbedreigend. Zoiets begrijp ik dus al helemaal niet. Als die kinesiste het dossier niet kent, dan moet ze haar grote mond houden, want door zoiets te gaan vertellen verlies je als familie toch alle geloof in die hele medische equipe. Of dacht ze die mensen zo gerust te stellen? Fout hoor. Als je verschillende verhalen hoort, wie moet je dan geloven? Net op een moment dat het heel erg belangrijk is dat je de chirurg vertrouwt, wordt dat vertrouwen ondermijnt door iemand die zomaar wat uit zijn nek lult.
Zoiets maakt mij dus kwaad. Zelf neem ik mijn job heel erg au sérieux en doe ik geen uitspraken waar ik niet zeker van ben. Wat je vooral nooit moet doen, is mensen blazen wijsmaken. Als je mensen gaat sussen met een verhaal dat het allemaal zo erg wel niet is, dan komen die uitspraken als een boemerang terug. Al je geloofwaardigheid is dan verdwenen.
Ondertussen is moeder-van-ex geopereerd, heeft ze de operatie overleefd maar is ze nog steeds niet buiten de gevarenzone.
Vandaag is mijn muziek-DVD-verzameling weer iets groter geworden. De aanwinst was “Certifiable”, de live registratie van het concert dat The Police bracht in Buenos Aires. Mooie box met 2 DVD’s en 2 cd’s erin en een pracht van een concert. Voor mij dus meer dan zijn geld waard.
In het middelbaar heb ik de moderne gedaan. Vanaf het 4de jaar werden we opgesplitst in moderne-wiskunde en moderne-wetenschappen, voor mij werd het moderne-wetenschappen. We hebben dus 3 jaar lang met dezelfde groep in de klas gezeten. Ons klaslied was toen “Message in a bottle”. Tussen de lessen door hebben we het vaak gezongen, of beter gebruld, in ons klaslokaal. Begeleid door het gedrum op onze banken.
Daarstraks was ik aan het grasduinen in mijn schaakarchief. Het wedstrijdje tegen de pc verliep volgens een opening waar ik vroeger eens een truukje heb geleerd. Die zetvolgorde was ik aan het zoeken. Al mijn wedstrijdformulieren heb ik nog, samen met een aantal (amateuristische) analyses van interessante partijen. Tussendoor viel mijn oog op een simultaan die ik ooit heb gespeeld.
Het is al 16 jaar geleden dat ik clubkampioen werd bij een pas opgerichte schaakclub. In het land der blinden is éénoog nu eenmaal koning, nietwaar. Op het einde van het seizoen werd een sterke speler gevraagd om een simultaan te komen geven. Jammer genoeg waren er maar 12 inschrijvingen en dus werd de sterke speler gevraagd thuis te blijven. Zo moest hij ook niet betaald worden. Als vervanger mocht ikzelf (als clubkampioen) dan de simultaan geven. Heel raar gevoel hoor, zo tegen 11 tegenstanders tegelijk spelen. Wandelend van het ene bord naar het andere.
Buiten mijn eigen verwachtingen (want er waren 7 gelijkwaardige tegenstanders bij) won ik 7 van die 11 partijen. Wekenlang heb ik met mijne kop in de wolken gelopen, glimmend van trots vanwege die straffe toer.
Alleen was ik toch niet zo heel erg slim. Want de speler die uitgenodigd was, die zou 8.000 oude Belgische franken krijgen voor die simultaan. U mag 1 keer raden hoeveel ik betaald werd… juist ja : nul, nada, noppes. Maar het kon de pret niet drukken
Misschien weet u het nog niet, maar ik ben echt wel koppig. Regelmatig hoor ik op mijn werk patiënten zeggen “de verpleegster doet dat zo…”. Soms luister ik naar wat ze zeggen en doe ik het dan ook maar zo. Soms toch…
Meestal heb ik meteen in mijn hoofd wat ik ga doen en hoe. Als de patiënten dan vertellen hoe hun vaste verpleegkundige de zorg doet, dan laat ik ze rustig uitspreken en leg ik hen uit waarom ik het anders doe. Want ik heb altijd wel een heel goede reden om het op mijn manier te doen… en als er geen reden is dan verzin ik er wel eentje. Maar ze krijgen altijd tekst en uitleg.
Die koppigheid heb ik trouwens altijd al gehad. Mijn oudste broer trouwde toen ik 3 jaar en half was. Maar mijn broer (en dit heb ik van horen zeggen) was degene die het meest voor me zorgde als peuter en dus was ik ongelooflijk kwaad op zijn aanstaande bruid. Die kwam mijn broer immers stelen. Toen hij trouwde werd er van mij verwacht dat ik de kersverse bruid een boeketje bloemen zou geven bij het verlaten van de kerk. Hier weet ik nog wel dat ik dat absoluut niet wilde doen. Moord en brand heb ik geschreeuwd en ik wilde het boeketje niet in mijn handen nemen. Er is zelfs nog een foto waar ik huilend de bruid wegduw…
Het boeketje werd door een dochtertje van vrienden afgegeven. Iedereen was boos op mij, maar dat kon me niet schelen.
Nu weet ik het wat beter te brengen en ben ik ook wel meer voor rede vatbaar, maar ik doe dingen nog altijd op mijn manier. Wat die schoonzus betreft… dat is later allemaal in orde gekomen. Ook zij is koppig dus we begrijpen elkaar
Shit, zou dat Astrid al kunnen zijn? Maar dan was ze wel echt te vroeg. Hij zweefde in de richting van de deur.
“Doe geen moeite Eddie, je krijgt ze toch niet open.”
Verschrikt keek Eddie naar links, hoe kon hier nog iemand binnen zijn? Met open mond staarde hij naar de man die voor hem stond.
“Franky,” stamelde Eddie, “maar jij bent al enkele jaren dood. Hoe…?”
“Waarom kom je niet met mij mee Eddie. We zijn daar onsterfelijk aan de andere kant, er zijn geen ziektes, geen miserie meer. De zon schijnt er altijd, het is daar het paradijs man.”
Dit moest een droom zijn. Enkele jaren geleden was Franky bij een verkeersongeluk om het levengekomen. Ook Eddie zat toen in de auto, maar hij had het overleefd.
“Het paradijs?” Eddie kon het niet vatten. Hij was nog niet klaar om te sterven, er was nog zoveel dat hij wilde doen. Als alles daar zo perfect was, waar moest hij dan de hele tijd op zitten vitten?
“Kom,” achter Franky zag hij een tunnel met fel wit licht en een eind verderop stonden enkele mensen te praten, “geef me je hand Eddie en we gaan mee naar de andere kant. Vertrouw me.”
“Maar… ik wil niet met je mee Franky.”
Eddie voelde zijn lichaam tintelen en hij voelde hoe hij moe werd. Alsof alle leven uit hem weg gleed. Hij moest wakker worden uit deze nare droom, dat paradijs daar ging hij een andere keer wel naartoe. Het eeuwige leven had hij niet, maar dit kon zijn moment toch nog niet zijn? De hemel moest maar wachten, als hij er dan nog binnen zou mogen natuurlijk.
Nee, hij moest en zou wakker worden. Natuurlijk zou hij nooit meer dezelfde worden, vanaf nu zou het er anders aan toe gaan. Geen spelletjes meer, het was tijd voor het echte werk. Hij moest wakker worden, want hij wilde Astrid gelukkig maken. Voor haar moest hij het doen. Met haar had hij een toekomst. De hemel moest maar wachten tot een andere dag… als hij nog wakker kon worden tenminste.
Enkele dagen geleden is mijn moeder geopereerd. Ze heeft een nieuwe heup gekregen nadat de oude er de brui aan had gegeven. De operatie is goed gelukt, alles verliep volgens plan en nu volgt binnenkort de revalidatieperiode. Alles in orde dus.
Alleen kan ik mezelf er niet aanzetten om haar te gaan bezoeken. Gisteren heb ik even met haar gebeld. Alles was in orde en natuurlijk moest ze even laten vallen dat het toch mijn plicht was even langs te komen. Voor mij een extra reden om niet te gaan.
Het was geen ‘warm nest’ waar ik ben opgegroeid. Ook al ben ik een ‘nakomelingetje’ en veronderstelt iedereen dat ik rotverwend ben. Alleen had ik de pech dat mijn voorganger de enige dochter was, de oogappel van moeder. Dus kon ik nooit iets goed doen, mijn zus was beter.
Nog steeds hoor. Als ik haar al eens bezoek dan hoor ik haar alleen vertellen over dochterlief en diens kinderen. Alsof de andere kleinkinderen er niet zijn. Voor de vorm vraagt ze wel hoe het met me gaat. Maar wat ik ook antwoord, ze begint toch meteen te vertellen over waar ze zelf mee bezig is en wat die ’succesvolle’ kleinkinderen nu weer gepresteerd hebben.
Via mijn broer blijf ik op de hoogte van haar situatie. Maar eigenlijk voel ik me veel meer betrokken bij de patiënten die ik dagelijks verzorg. Die waarderen mijn bezorgdheid tenminste.
“Eigenlijk ben je toch wel een knappe vent, vind je ook niet Eddie?”
Zoals zo vaak was hij tegen zichzelf aan het praten. Hij was echt wel ijdel, dat gaf hij graag toe. Voor hem was het heel belangrijker dat mensen naar hem keken. Hij wilde de aandacht trekken, wilde dat mensen hem bewonderend aankeken. Zijn sportieve maar toch modieuze look, het perfecte kapsel en altijd glad geschoren. Het kostte hem elke dag dan wel wat extra tijd, maar dat nam hij er graag bij. Voor Eddie was het geen probleem om ’s morgens een half uurtje vroeger op te staan zodat hij er weer betoverend uitzag.
Net als vandaag dus. Het was ook wel een speciale dag, want hij had een belangrijke afspraak. Eindelijk had hij die belangrijke afspraak. Tegen alle verwachtingen in had hij 3 volle weken nodig gehad om haar mee te krijgen voor een afspraakje. Gezien zijn gemiddelde tijd ongeveer een half uurtje was, een eeuwigheid. Ongelooflijk hoeveel moeite hij dit keer had moeten doen, maar ze was het allemaal waard.
Hoopte hij.
Hij keek even naar de klok en besloot een laatste inspectie te doen. Toch maar even kijken of alles in orde was, zo kon hij meteen even zichzelf wat kalmeren. Onbewust voelde hij de zenuwen opkomen.
Enkele meters verder drong het tot hem door. Verschrikt keek hij om en zag zichzelf in de zetel zitten. What the fuck… hij strekte zijn handen voor zich uit om ze te bekijken, maar waar zijn handen en armen hadden moeten zijn, was niks. Hoe kan dat nu? Hij keek toe hoe hij in de zetel zat. Helemaal opzij gevallen, zijn ogen open, zijn mond open, kwijl dat langs zijn mondhoek naar beneden droop.
Voorzichtig bewoog hij richting zijn lichaam. Hij probeerde het aan te raken, maar voelde niks. Snel draaide hij zich naar de telefoon, probeerde de hoorn op te nemen maar raakte alleen lucht.
Fuck!
Wat was hier aan de hand? Zo meteen zou Astrid hier aankomen en hij lag hier te dromen in de zetel. Want dit kon toch alleen maar een droom zijn… toch? Vertwijfeling alom. Hij kon toch niet dood zijn… niet nu. Even wilde hij zijn pols voelen, maar het zou geen verschil maken. Hij kon toch niks voelen.
Paniekaanval.
Hij probeerde terug in zijn lichaam te kruipen, maar hoe doe je zoiets? Hij doolde rond in zijn woonkamer. Niet meer in staat om na te denken.
Toen ging de bel…
Een gunstige wind bracht een publicatie op mijn bureau rond pesten op het werk. Ongeveer 14 maanden geleden werd ik overgeplaatst, maar de 8 jaar die eraan vooraf gingen (op de vorige afdeling dus) was ik regelmatig het slachtoffer van pesterijen. Mijn toenmalige hoofdverpleegster vond het nodig om, weliswaar met tussenpauzes, mij het leven zuur te maken. Toen dacht ik dat het haar manier van werken was, want ik was niet haar enige slachtoffer. Verschillende collega’s zijn in de loop der jaren vertrokken omdat ze niet opgewassen waren tegen de pesterijen.
De publicatie die ik kon doornemen draaide rond een eenvoudig model waarin de dynamiek van pestgedrag wordt uitgelegd. Meteen gaf het me ook heel wat inzicht in mijn eigen situatie. Nu begrijp ik dat zo ongeveer alles terug te brengen is tot dat eerste conflict. Van hogerhand werd erop gereageerd met “los het maar zelf op, gezien het personeelstekort kunnen we niet ingrijpen”. De persoon die superviseerde leverde al die jaren ook niet veel steun op, want in de loop van die jaren was die functie in handen van 4 verschillende personen.
Helaas heeft het mijn werkgever wel enkele goede werkkrachten gekost en is er nu een serieus personeelsprobleem in mijn oude afdeling. Maar waar ik de schuld daarvoor altijd bij mijn ex-hoofdverpleegster legde, doe ik dat niet meer. Het haperde een niveau hoger in de hiërarchie waar geen stabiliteit was. Waar geen leiding was.
Soms heb ik ook olie op het vuur gegooid, onbewust hoor. Had ik toen dit model in handen gehad, dan was het waarschijnlijk heel anders gelopen. Terug wil ik echter niet meer. Ook mijn huidige afdeling heeft zo zijn problemen, maar toch voel ik me hier veel beter. Hier wordt ook veel beter gecommuniceerd. Eind goed, al goed zou ik dus zeggen.
Bij deze zijn ze dus gewaarschuwd. Als ze me op het werk willen pesten, dan smijt ik ze die publicatie naar hunne kop
“Dag heren, kan ik u eventjes storen?”
Unlucky Frank en Eddie de Ridder op het Zwarte Paard keken verrast opzij. Vermoeid door de lange rit naar deze stad hadden ze de man helemaal niet zien staan.
“Hangt er van af,” sprak Unlucky Frank verveeld, “of het iets interessants is waarmee je ons wil storen. We zijn nogal moe en willen ons gaan opfrissen en daarna nog iets eten.”
“Wees maar gerust,” zei de man, “jullie zullen niet teleurgesteld zijn. Want ik heb hier een primeur voor jullie. Dit bord hier achter mij is namelijk de eerste datingsite ter wereld. Kijk er maar even op en kies maar een dame uit.”
Verrast keken Eddie en Frank elkaar aan.
“Hier moet je wat uitleg bij geven vriend, want we snappen er de ballen van.”
“Wel heren, op dit bord staan de gegevens van een heleboel vrouwen die op zoek zijn naar een man. Op die manier moeten jullie niet meer op zoek gaan in de stad, jullie kiezen hier gratis iemand uit en dan krijg je haar gegevens en kan je haar opzoeken. De snelste manier om getrouwd te geraken, geloof me.”
“Interessant,” mompelde Eddie de Ridder op het Zwarte Paard, “die wil ik wel eens bekijken. Laat maar eens zien wat voor vlees je op het bord hebt.”
“Maar dan moet je me wel eerst 10 goudstukken geven, edele heer. Het kiezen is gratis, maar het bekijken niet hé.”
“Ah zo, we hebben met zo iemand te doen. Man toch, ga weg of ik rijg je op mijn zwaard en wie gaat me dan tegenhouden om naar het bord te kijken?”
“Daar heb ik over nagedacht, edele heer. Alles staat er in code op. Zonder mijn hulp ben je niks.”
De man glimlachte maar Eddie en Frank maakten aanstalten om verder te rijden.
“Halt halt, omdat jullie er vredelievend uitzien… mogen jullie voor 5 goudstukken alles bekijken. Deal?”
Nu begon de nieuwsgierigheid toch wel de bovenhand te halen en Eddie de Ridder op het Zwarte Paard besloot om toch maar 5 goudstukken te geven. Meteen zwierde de man het doek van het grote bord en ze zagen enkele tientallen heel onduidelijke tekeningen van vrouwen.
“Franky boy, volgens mij zijn we hier zwaar in ‘t zak gezet. Gaan we daar iets aan doen?”
De man keek Eddie de Ridder op het Zwarte Paard met grote ogen aan en voelde de bui al hangen. Unlucky Frank had zijn zwaard getrokken en stapte dreigend op de man af.
“Geef onze goudstukken terug, vuile oplichter” riep hij de man toe, “of…”
Waarop Unlucky Frank struikelde over een grote steen en met zijn zwaard voor zich uit tegen de man botste. Zijn zwaard doorboorde diens borstkas.
“Oeps,” verontschuldigde Unlucky Frank zich, “sorry man, dat was niet echt de bedoeling. Maar je hebt toch niet lang moeten lijden hé.”
“Manmanman toch, wat ben je toch een ongelooflijke klungel hé Franky. Gelukkig heeft niemand ons hier gezien. Kom, we vernietigen het bord en begraven die pummel. De wereld is toch weer een oplichter kwijt. Maar jij moet toch eens wat beter gaan opletten hoor, de één of andere keer ga je jezelf nog eens pijn doen.”
Korte tijd later reden onze vrienden de stad binnen op zoek naar een goede herberg en waren ze het voorval al helemaal vergeten.
Ze wil maar niet weggaan. Het begon bij de landing op Tenerife en is in de loop van die vakantieweek stelselmatig erger geworden. Nu zorgt ze er al dagen voor dat ik erg slecht slaap.
Wat eerst een prikkelhoest was, is nu een lichte keelontsteking geworden. Stilaan begin ik ook het slaaptekort te voelen. Werken lukt nog, maar hier thuis begint het stilaan erg wanordelijk te worden. Geen fut meer als ik thuis kom.
Ook mijn oren werken niet al te best, ze geven een constante ruis. Luisteren deed ik al nooit en nu hoor ik dus ook nog eens slecht. Alsof ik van iedereen veraf sta. Alles lijkt ver weg van mij te gebeuren.
Hou dus maar best iets voor je mond als je dit leest, voor je zelf ook besmet wordt…