“Halt! Afstijgen en handen omlaag houden!”
Verbaasd keken Eddie de Ridder op het Zwarte Paard en Unlucky Frank naar de man die voor hen was komen staan. Toen keken ze elkaar verbaasd aan. Waarom zouden ze in godsnaam moeten afstijgen? Omdat dat snulletje voor hun neus dat vroeg?
“Ingeval u twijfelt, kijk dan even links en rechts van u…”
Uit het struikgewas kwamen een dertigtal zwaar bewapende soldaten tevoorschijn. Meteen besloten Eddie de Ridder op het Zwarte Paard en Unlucky Frank het zekere voor het onzekere te nemen. Maar nog steeds begrepen ze er niks van. De soldaten hadden een wapenschild op hun harnas dat ze nog nooit hadden gezien. Wie waren die gasten eigenlijk?
“Wie bent u eigenlijk?” vroeg Unlucky Frank.
“Wij zijn soldaten van Graaf Coburg,” antwoordde de vreemdeling, “wij zijn naar hier gestuurd om de troepen van de graaf hier te helpen in zijn strijd tegen de baron van den andere kant. Wij zijn adviseurs en vechten dus niet. Ons opleiden kost nogal veel en onze Graaf is niet zo heel rijk, dus mogen wij niet sterven. Wij adviseren jullie nu dus om rechtsomkeer te maken, er wordt hier een beetje verder nogal serieus gevochten en het is er dus niet veilig.”
Met open mond luisterden Eddie de Ridder op het Zwarte Paard en Unlucky Frank naar de uitleg. Toen staarden ze elkaar met open mond aan. Ze begrepen er niks van.
“Dus… je bedoelt… meen je dat nu?” begon Eddie de Ridder op het Zwarte Paard, “jullie zijn opgeleide soldaten maar mogen niet vechten? Maar… wat doen jullie dan als jullie aangevallen worden?”
“Maar dan verdedigen we ons,” sprak de vreemdeling, “we laten ons niet afslachten hé. Maar als we worden aangevallen, dan gaan we daarna terug naar huis. Wij nemen geen risico’s, we moeten allemaal heelhuids naar huis terug kunnen.”
“Waarom hebben jullie ons eigenlijk tegen gehouden?” vroeg Unlucky Frank, “jullie mogen zelfs geen vinger uitsteken naar ons…”
Om zijn woorden kracht bij te zetten, deed Unlucky Frank een stap naar voor. Tegelijkertijd trok hij zijn zwaard zodat hij de reactie van de vreemdeling even kon testen. Alleen deed hij dat nogal enthousiast en vloog zijn zwaard uit zijn handen. De vreemdeling kon het nog net ontwijken.
“Man, wat doe je nu?” riep de vreemdeling ontsteld, “ik heb je toch net gezegd dat we niet zijn gekomen om te vechten? Als je dat nog eens doet, dan zijn we genoodzaakt naar huis te gaan!”
Meteen haalde Eddie de Ridder op het Zwarte Paard zijn zwaard boven.
“Dan zou ik maar al gaan lopen als ik jou was,” riep hij de vreemdeling toe, “want wij hebben net zin in een lekker gevecht en zijn er zeker van dat we 3 of 4 van je kompanen kunnen uitschakelen voor we zelf sterven. Voor ons maakt het niet uit, wij willen sterven in een moedig gevecht en dit lijkt er eentje te kunnen worden. Trek jullie zwaarden dus maar al.”
De soldaten keken elkaar allemaal verbaasd aan. Ze deden allemaal enkele stappen achteruit en begonnen te roepen onder elkaar. Dit kon toch niet, zij waren adviseurs en mochten niet vechten.
“Dit is de laatste waarschuwing,” riep de vreemdeling, “doe je zwaard weg of we gaan naar huis!”
“Als jullie naar huis willen, loop dan maar wat,” brulde Eddie de Ridder op het Zwarte Paard, “want ik ben van plan jullie te gaan achtervolgen!”
Meteen maakte hij aanstalten om op zijn paard te kruipen. De soldaten zagen het gebeuren en zetten het op een lopen.
“Jullie verdiende loon,” riep de vreemdeling nog na, “we komen hier nooit meer terug!”
Stomverbaasd keken Eddie de Ridder op het Zwarte Paard en Unlucky Frank elkaar aan. Dit hadden ze nog nooit meegemaakt. Ze zouden het zelfs nooit verder kunnen vertellen. Wie zou er nu ooit geloven dat soldaten worden uitgestuurd en dan niet mogen vechten?
Adviseurs
22 juni 2009 · 1 Reactie
Categorieën: Verhaaltjes
getagged: Eddie, Unlucky Frank, verhaaltje
1 antwoord so far ↓
Happy Genes // 24 juni 2009 bij 5:17 pm |
Doordenkertje, hoor!