Entries from november 2009
Joepie! De 250ste post voor deze blog is een feit! Nu nog niet natuurlijk, want ik ben nog volop bezig met het schrijven van dit postje. Maar tegen de tijd dat u het te lezen krijgt, is het gegarandeerd af. Ah ja. Als het niet af zou zijn, dan kon u het ook niet lezen, wel?
De statistieken van WordPress vind ik vaak wel eens leuk om na te gaan. Zonder die statistieken zou ik trouwens nooit geweten hebben hoeveel blogpostjes ik al had. Bij die 249 die er al stonden, werden ruim 1700 reacties geplaatst. Niet slecht dus, ook al zal ongeveer een kwart wel van mezelf zijn. Bij de doorverwijzers staat het wordpress dashboard op nummer 1. Op ruime afstand gevolgd door Elke en Tom. Vanuit mijn blog klikte u vooral door naar het blogje van Margo, op ruime afstand gevolgd door Trits.
Bij de zoekmachinetermen is ‘Breeg’ natuurlijk de meest gebruikte. Op de voet gevolgd door ‘Ed Force One’. Er komen dus nog steeds heel wat Iron Maidenfans op mijn blog terecht. Hier is ‘tfcc’ sinds deze zomer pijlsnel omhoog geschoten. Op enkele maanden tijd is men een slordige 140 keer op mijn blog terechtgekomen via deze zoekterm. Met stip vermeld ik hier ook Edward Norton die me ook wel een resem hits heeft opgeleverd.
Meest bekeken postje is ‘En dan nu…‘ omdat het een verslag is over het optreden van Thomas Smith en er op de site van het bookingkantoor een link naar dit verslag te vinden is. De drukste dag op mijn blog leverde 205 hits op van 108 verschillende personen. Die drukke dag was trouwens enkele weken geleden.
Maar genoeg getallen en statistieken voor vandaag. Hoog tijd dat ik me een Lindemans neem om zo deze 250ste post te vieren! Tot de volgende!
Categorieën: Blogvulling
getagged: feest, statistiek, vulsel
Begin vorige maand heb ik mijn manuscript naar drie uitgeverijen gestuurd. Vandaag heb ik ook van de tweede uitgeverij een positief antwoord gekregen. Er zijn echter twee hindernissen. Eerste hindernis is dat het mij bij deze uitgeverij geld kost om mijn manuscript te publiceren. Het risico van een debuterende auteur lopen ze niet graag alleen en dus verwachten ze wel mijn bijdrage bij de productiekost. Alleen hoeft het niet voor mij als het me ook nog geld kost. Tweede hindernis is dat ze te laat zijn.
Toegegeven, het was een serieuze opkikker vorige week. Gedurende de zomermaanden was mijn energiepeil immers serieus geslonken. Vanaf eind juni tot half september heb ik op de kop 80 recup-uren opgespaard. Omgerekend wil dat zeggen dat ik op 11 weken tijd 10 dagen teveel heb gewerkt. Stel u dus voor dat u van maandag tot vrijdag werkt van 9u tot 17u en dan 10 weken lang ook nog eens op zaterdag een hele dag werkt.
Gevolg is dat er weinig ruimte blijft voor enig sociaal leven. Stilaan verdween ook de fut om buiten de werkuren nog buiten te komen. Het kostte me erg veel energie om zelfs gewoon vriendelijk te zijn tegen mensen. Dus bleef ik buiten de werkuren vooral veel thuis. Wat me toen vooral op de been hield, was dat schrijven. Het is best leuk om personages te creëren en die in het rond te laten springen zoals ik dat wil. Voor mij was dat een vlucht uit de dagelijkse sleur.
Half september sleurde ik me naar het einde van mijn boek en het begin van mijn 3 weken vakantie. Op dat moment was het echt slepen. Geen energie meer, geen fut meer, gewoon helemaal leeg. Ik zat echt wel aan het eind van mijn latijn. Gelukkig kikkerde ik op van het zonnetje waar ik in Madeira van heb genoten. De batterijen werden terug opgeladen. De laatste hand werd gelegd aan dat manuscript. Even scheen de zon weer. Even toch.
Want dan stuur je dat manuscript op. Zit je weer terug in die overload aan patiënten en overload aan werkuren. Twee weken later had ik het gevoel dat ik nooit op vakantie was geweest. De stemming daalde terug richting vriespunt en die nog maar net opgeladen batterij was al terug plat. Extra nadeel voor mij was dat ik mijn manuscript had opgestuurd. Wetende dat het toch wel minstens 6 à 8 weken ging duren voor ik antwoord ging krijgen, zonk de moed me snel in de schoenen. Een week na het verzenden had ik er al lang spijt van. Vanaf dat moment verwachtte ik alleen maar een negatief antwoord. Hoe meer ik erover nadacht, hoe slechter het hele verhaal was. Het deugde niet, was te onnozel en hoe stom was ik wel niet geweest zo’n scharminkel op te sturen.
Net voor ik helemaal depri ging worden, kwam het verlossende telefoontje. Eigenlijk verwachtte ik een brief of mail. Maar de meneer van de uitgeverij belde me op met de vraag of ze mijn boek mochten publiceren. Geen onkosten voor mij en ik mag alles zelf mee gaan bepalen. Tot het lettertype toe. Meteen was de batterij terug opgeladen. De stemming zit terug op een aanvaardbaar peil en ik kom terug buiten ook al moet ik niet gaan werken.
Ook de inspiratie is er terug. Zo kan Eddie de Ridder op het Zwarte Paard weer nieuwe avonturen tegemoet gaan. Staat de plot van ‘De opvolger’ (de werktitel van wat hopelijk de opvolger van ‘Oude liefde’ zal worden) nu ongeveer helemaal op poten. En wat belangrijker is, het gaat weer terug goed met Breeg
Categorieën: My life
getagged: boek, depri, opkikker
“Gegroet heren,” zei de vreemdeling terwijl hij in het midden van de weg ging staan, “mag ik jullie even storen?”
“Voor één keer mag dat,” antwoordde Eddie de Ridder op het Zwarte Paard, “we hebben toch niks beter te doen. Waarover gaat het?”
“Wel heren, ik heb het nieuwste van het nieuwste hier voor jullie te koop. Geloof me, je zal niet geloven wat ik jullie kan verkopen.”
Ondertussen wenkte de vreemdeling iemand die achter een boom verscholen zat. Er kwam een man in een raar pak tevoorschijn.
“Dit hier,” zei de vreemdeling nogal theatraal, “dit hier is JanJan. Hij kan er voor zorgen dat jullie nooit meer verloren rijden en geen tijd verliezen in files.”
Daar keek Eddie de Ridder op het Zwarte Paard vreemd van op. Hij had immers nog nooit van files gehoord.
“Wat zijn files?” vroeg Unlucky Frank want ook hij had er nog nooit van gehoord.
“Hebben jullie dan nog nooit in een rij moeten aanschuiven?” vroeg de man.
“Oh ja,” lachte Unlucky Frank, “weet je nog, baas, daar bij die meisjes van lichte zeden. Ze waren maar met drie en er stonden mannen een boogscheut ver aan te schuiven om aan de beurt te mogen.”
“Dat is wel zo,” lachte Eddie de Ridder op het Zwarte Paard, “maar ook toen we oorlogje speelden met die vreemde Graaf en allemaal op een rij moesten gaan staan. Toen hebben we ook moeten aanschuiven voor we onze plaats hadden.”
“Heren, heren,” onderbrak de vreemdeling het onderonsje, “ik heb het over wegen die vol met ridders zijn waardoor jullie niet door kunnen. Of stadspoorten waar ellenlange rijen staan aan te schuiven om binnen te mogen. Dat is het probleem van de toekomst heren. Geloof me!”
“En wat kan dat stom ventje daar dan wel aan doen?”
“Maar JanJan is echt geen stom ventje hoor. Hij weet overal de weg dus als jullie hem een adres geven dan brengt hij jullie daar naartoe. Onderweg zal hij ook zeggen welke weg jullie zeker niet mogen nemen om die files te vermijden. Geloof me, het leven is veel aangenamer met deze JanJan bij je!”
Met een bedenkelijke blik bekeek Eddie de Ridder op het Zwarte Paard het vreemde mannetje.
“Maar hoe kan dat Janneke nu weten waar die files zijn? Is die helderziende of zo?”
Plots kwam er uit het bos een ander mannetje dat wat in het oor van de JanJan fluisterde en er dan weer als een haas vandoor ging.
“Heb je dat gezien?” vroeg de vreemdeling. “Dat was er eentje van onze firma die deze JanJan kwam vertellen waar de meest recente files zijn. Zo weet hij die altijd te vermijden. Die andere mannetjes lopen overal rond om jouw JanJan op de hoogte te houden.”
“Moeten we die JanJan ook eten en drinken geven? En kan hij tegen een stootje?”
“Tja, je moet hem inderdaad wel eten en drinken bezorgen,” gaf de vreemdeling toe, “maar hij verbruikt niet veel en kan echt wel tegen een stootje.”
Dit gezegd zijnde, gaf Eddie de Ridder op het Zwarte Paard zijn paard de sporen. Het paard schoot met een ruk vooruit en vertrappelde de JanJan. De vreemdeling stond er met open mond naar te kijken.
“Hmm,” zei Eddie de Ridder op het Zwarte Paard, “veel kan dat janneke van jou toch niet hebben hoor. Ik wacht wel tot jullie een ietwat robuustere versie hebben voor ik hem koop.”
Met deze woorden lieten ze de vreemdeling verbijsterd achter.
Categorieën: Verhaaltjes
getagged: Eddie, Unlucky Frank, verhaaltje
“Hoe begin je er eigenlijk aan?” vroeg ze me gisteren. ‘Ze’ is een collega waarmee ik aan het praten was. De brede glimlach op mijn gezicht was haar opgevallen en ze wilde graag wat meer duidelijkheid. Dus vertelde ik haar dat ik na het weekend een contract mag tekenen bij de uitgever die volgende zomer mijn boek zal uitbrengen. Het blijft me verbazen hoe dolenthousiast iedereen meteen reageert op het heuglijke nieuws. Alsof zo ongeveer alle mensen rondom mij er vele keren blijer om zijn.
Zo stilaan heb ik ook mijn familie op de hoogte gebracht. Het is te zeggen, mijn oudste broer is nu ook op de hoogte. De rest van de familie zal het dan wel van hem vernemen. Ondertussen laat het me ook koud wat de andere twee broers, mijn zus en mijn moeder erover denken. Hun reacties kan ik me levendig voorstellen en zouden de pret alleen maar drukken. Als ze het boek willen lezen, zullen ze het ook zelf moeten kopen. Geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt hen een exemplaar te geven. Uit beleefdheid zal ik mijn moeder eentje geven. Mijn broer en zijn dochters krijgen er natuurlijk ook eentje maar dat is omdat ik ze graag heb.
“Hoe koel”, denkt u misschien. Dan hebt u nog gelijk ook. Zo koel gaat het er in mijn familie ook aan toe. Altijd al zo geweest trouwens. Het was echt geen ‘warm nest’ waar ik ben opgegroeid. Mijn moeder heb ik dit jaar twee keer gezien. Gedurende die enkele uurtjes heb ik genoeg verwijten en denigrerende opmerkingen voor een heel jaar te horen gekregen. En dan heeft ze nog geeneens het verwijt boven gehaald dat ik veel te weinig langs kom. Van zodra ik bij haar binnen stap, schakel ik ook over op automatische piloot. Alsof ik het zelf niet ben die daar bij haar zit. Veel praten hoeft ook niet, alleen wat ja-knikken en nee-knikken en aftellen naar het moment dat ik weer kan vertrekken.
Soit, het ging over mijn verbazing over de reacties die ik krijg. Voor mij is het echt niet veel bijzonder hoor. Gewoon heel veel woorden aan elkaar geschreven die een tekst vormen waarin een hele plot uit de doeken wordt gedaan. Geen hoogstaande literatuur, geen bevlogen zinnen. Het is alleen maar een verhaaltje. Een spannend verhaaltje, dat wel. Ook eentje dat vlot leest. De jongste stiefdochter heeft het ook gelezen en hoewel ze een grondige hekel heeft aan lezen, was ze er op twee dagen door. Ze kon het niet opzij leggen. Die commentaar is mij veel meer waard dan wat er in de toekomst nog zal volgen aan positieve en negatieve kritiek.
Om het nog even te hebben over die vraag van de collega, want daar begon ik dit stukje mee. Toen ik eraan begon had ik twee dingen in mijn hoofd. Het eerste was de moordzaak waar het allemaal rond draait, het tweede was hoe het boek ging eindigen. Verder heb ik gerekend op mijn fantasie om alles te gaan invullen en daar is dus ‘Oude liefde’ het resultaat van. Zo eenvoudig is het.
Categorieën: My life
getagged: boek, familie, uitleg
Misschien herinnert u zich de wedstrijd nog waar ik vorige week een stukje instuurde met als thema “schrijf over je ex”. Vorige maand was het thema “De wachtkamer”. Dat thema is afgesloten en de prijzen zijn uitgereikt… moest ik nog op tijd zijn geweest, dan had ik dit ingezonden :
De wachtkamer
“Excuseert u mij, meneer. Maar is dit de wachtkamer?”
“Ja hoor. Zet u maar.”
“Eigenlijk had ik verwacht dat het hier groter zou zijn,” zei de vrouw terwijl ze rondkeek, “want hier komen elke dag toch redelijk wat mensen zitten. Althans, dat denk ik toch.”
Ook de andere man keek nu even rond en telde zonder nadenken de stoelen. Het was hier inderdaad niet zo groot. Bovendien was het ook nog eens erg kaal. Alles was wit en er stond geen tafeltje met tijdschriften.
“En er zijn zelfs geen tijdschriften,” merkte hij op, “het zal niet makkelijk zijn de tijd te doden.”
De vrouw zuchtte diep. Wie weet hoelang ze hier zou moeten wachten. Niks om te lezen of de tijd te doden en alleen een rare oude man als gezelschap. Met een beetje geluk zou er nog wel wat volk komen opdagen. Misschien wel een knappe man. Alhoewel het uiterlijk niet belangrijk was in dit geval. Als het maar iemand was met wie ze een leuk babbeltje kon slaan. Zelfs haar man zou haar nu wel gezelschap mogen houden. De kans zat er dan wel dik in dat ze binnen de kortste keren ruzie hadden. Maar ook al ruziënd zou de tijd sneller voorbij gaan dan met deze saaie oude man.
“Vroeger was het allemaal anders,” probeerde de man nog, “dan zou zo’n wachtkamer als dit helemaal niet kunnen. Er zouden posters aan de muur hangen en een prikbord voor mededelingen. En een hoekje voor kinderen. Maar toch wel vast en zeker een stapel tijdschriften.”
“Tja, vroeger was alles anders,” antwoordde de vrouw, “zelfs in mijn tijd was het inderdaad veel beter dan waar we nu zitten. Dan zou het hier ook niet zo wit zijn. Want het is toch wel echt ongelooflijk saai ingericht hier. Geen kleuren, alles alleen maar wit geschilderd. Zelfs geen streepje muziek op de achtergrond. Ze hadden toch wel een radio mogen opzetten. Het zou al meteen een heel andere sfeer geven.”
De man knikte heftig. Het was hier inderdaad erg stil. Het maakte hem ook erg nerveus. Hij was het namelijk niet gewend om in zo’n doodse stilte te zitten. Thuis en op het werk had er altijd wel ergens een radio gespeeld. Op welke zender die was afgestemd dat maakte hem niet uit, zolang er maar wat muziek te horen was. Hij hoopte dat er nog enkele mensen binnen zouden komen. Ook al was ze een erg mooie vrouw, ze was ook nog jong. Hij voelde nu al dat het gesprek stokte.
“Tja,” zei de man, “het kan natuurlijk ook zijn dat hier altijd al zo was. Ze noemden het in mijn tijd ook niet ‘de wachtkamer’ maar wel ‘het vagevuur’. Misschien is dat de reden dat het hier zo kaal is…”
Categorieën: Verhaaltjes
getagged: tussendoor, wedstrijdje
Hopelijk neemt u het me niet kwalijk dat ik momenteel op wolkjes loop. Het overkomt me namelijk niet zo vaak dat ik een telefoontje krijg van een uitgeverij. Eerlijk gezegd was het zelfs de eerste keer. Meteen daarna kreeg ik een mailtje ter bevestiging van de afspraak en zit ik nu in hun schrijversdatabase. Met daarnaast ook een hele uitleg over de af te leggen procedures. Het vraagt dus veel meer planning dan ik had verwacht.
Eerlijk gezegd, ik voel me daar ook niet op mijn plaats. In die schrijversdatabase dus. In mijn geval is het gewoon een lichtjes uit de hand gelopen hobby, dat schrijven. Het is ook niet mijn bedoeling er mijn broodwinning van te maken. Het leek me alleen leuk een ingebonden stapeltje papier te hebben met mijn naam op als degene die de inhoud heeft bedacht. Dat het ook nog zou lukken, is een leuke verrassing.
In mijn geval heeft schrijven enkele interessante bijwerkingen. In de eerste plaats snoep ik veel minder. De tijd vliegt voorbij terwijl ik aan het schrijven en deleten ben en zorgt ervoor dat ik zo goed als geen snoep neem. Bovendien zorgt het er mee voor dat ik mijn voornemen om niet meer te gaan daten veel makkelijker kan houden. Wie heeft er nu tijd om te daten als er ook een nieuw hoofdstuk kan geschreven worden? I know, ik maak het mezelf wijs… maar het werkt.
Omdat een mens ook niet zo goed op één been kan staan, ben ik ook aan een opvolger beginnen schrijven. Zo ongeveer 2 hoofdstukken lang ging dat vlot. Daarna begon er toch wat spanning in de weg te zitten. Spanning als in “heeft het wel nut hieraan te beginnen als het eerste niet uitgegeven wordt?”. Nu wordt er niet geschreven omdat ik nog veel te hoog zweef, omdat ik nog teveel op wolkjes loop. Mijn deadline van eind februari zal ik dus enkele weken moeten verschuiven.
Als ik de planning overloop, zou het me trouwens niet verwonderen als die deadline nog enkele keren zal verschuiven… alsof er iemand van wakker zal liggen
Bij deze laat ik u… ik ga verder glunderen
Categorieën: My life
getagged: boek, hobby, schrijven
Categorieën: Blogvulling
getagged: sad, top 5
Vanaf volgende zomer (I know, dat is nog lang want de winter is nog niet eens begonnen) zal mijn boek te koop zijn.
*Heeft even korte pauze nodig om nog wat vreugdedansen tentoon te spreiden*
Details zal u hier later nog wel lezen, maar dit extreem goede nieuws (voor mezelf toch) wilde ik u niet onthouden
Categorieën: My life
getagged: boek, oude liefde
“Hey slome, kunt ge nog trager rijden?”
Even keek Unlucky Frank achterom. Om dan weer Eddie de Ridder op het Zwarte Paard te volgen in zijn sukkeldrafje.
“Hey blikken doos, ben je nog doof ook?”
“Wat roep jij daar?” vroeg Eddie de Ridder op het Zwarte Paard terwijl hij zich boos omdraaide.
“Dat je ofwel wat rapper moet rijden of je even aan de kant zetten,” antwoordde de vreemdeling gepikeerd, “zodat ik langs kan.”
“Besef jij wel dat je tegen een ridder spreekt?”
“En dan?” vroeg de vreemdeling, “weet meneer de ridder wel dat ik hofleverancier ben?”
Verbaasd keek Eddie de Ridder op het Zwarte Paard naar de inhoud van de kar.
“Och vent,” zei hij, “je bent gewoon met stront aan het rondrijden. Hoe kan jij nu hofleverancier zijn?”
De vreemdeling werd nu rood van woede maar besloot toch maar op de bok te blijven zitten.
“Dit is mest,” brieste de man, “en dan nog wel van de beste kwaliteit. De koeien die dit hebben gelegd krijgen een speciaal dieet. Bovendien is deze mest bestemd voor de hof van de Hertog daar een beetje verder. Let dus maar wat op je woorden hé blikken doos.”
De ogen van Eddie de Ridder op het Zwarte Paard vernauwden zich. Zo’n belediging kon hij niet zomaar over zich heen laten gaan. Ook al was zijn harnas dan in de laatste solden bij de H&M gekocht en was het geen al te beste kwaliteit, het was echt geen blikken doos. Unlucky Frank zag de reactie van zijn baas en vermoedde al dat er vuurwerk ging komen. Veiligheidshalve stuurde hij zijn paard de weide in zodat hij veilig kon toekijken wat zijn baas van plan was.
“Jij, beste vriend,” brulde Eddie de Ridder op het Zwarte Paard, “krijgt nu één enkele kans om je verontschuldigingen aan te bieden.”
De hofleverancier keek hem koel aan en vertikte het echter nog een woord te zeggen.
“Ik tel tot 10,” ging Eddie de Ridder op het Zwarte Paard verder, “en dan… Of nee, ik tel tot vijf want ik vergeet altijd wat er achter vijf komt, en dan ga je je hier op je blote knieën verontschuldigen. Of anders…”
De hofleverancier begon te lachen.
“Een ridder die niet eens tot 6 kan tellen,” lachte de man, “hoe gek kan je het…”
De rest van zijn woorden werden gesmoord door het zwaard dat zijn keel doorboorde. De laatste belediging was er voor Eddie de Ridder op het Zwarte Paard teveel aan. Hij trok zijn zwaard terug en veegde het af aan de kleren van de hofleverancier. Daarna gebaarde hij zijn kompaan dat ze verder trokken.
“Kom, Franky boy,” sprak Eddie de Ridder op het Zwarte Paard, “we zijn weg. Laat dat stukske hofleverancier van mijn voeten hier maar liggen. Als ik kon schrijven dan zou ik de Hertog nog een briefje bezorgen ter verontschuldiging dat zijn stront wat vertraging heeft opgelopen. Maar geen nood, er zijn ergere dingen in het leven. Kom vriend, we zijn ermee weg. We hebben al genoeg tijd verloren.”
Meteen gaf hij zijn paard de sporen. Om 100 meter verder terug te hervallen in zijn sukkeldrafje. De verloren tijd was immers al ingehaald.
Categorieën: Verhaaltjes
getagged: Eddie, Unlucky Frank, verhaaltje
Per toeval kwam ik terecht bij een leuke uitdaging. Als u hier klikt dan komt u alles te weten over een schrijf-wedstrijdje. Zelf vond ik de uitdaging wel leuk en dus heb ik meteen ook een kort stukje ingezonden. Het stukje mocht maximaal 500 woorden tellen met als thema “schrijf over uw ex”. Om te vermijden dat je het ginder moet gaan zoeken tussen de inzendingen, plaats ik het ook hier…
Gered door de ex
“Maak dat je wegkomt,” fluisterde ik zo zacht ik kon, “je hebt hier niks te zoeken.”
“Jij wel dan?” lachte ze.
Vol ongeloof schudde ik mijn hoofd. Eindelijk was het me gelukt om Anneke uit te vragen. Onze date was heel geslaagd want ze had me zelfs uitgenodigd om nog een kopje koffie te drinken. “Om een heerlijke avond passend af te sluiten”, had ze gezegd. Maar nu Anneke even naar de badkamer was, dook plots Hilde op.
“Kijk Hilde,” beet ik haar toe, “we zijn nu bijna 2 jaar uit elkaar. Het wordt dus hoog tijd dat je me met rust laat.”
“Luister Eddie, je hebt nog ongeveer twee minuten om te maken dat je wegkomt. Dan komt Anneke uit de badkamer met alleen een erg sexy niemendalletje aan. Jullie gaan naar de slaapkamer en voor je het weet sta je terug op straat en begrijp je niet wat er fout ging. Ze wil alleen wat fun, zie je dat dan niet?”
“Misschien ben ik wel zo goed dat ze me niet meer wil laten gaan,” probeerde ik me nog te verdedigen.
“Zei je iets, Eddie?” riep Anneke vanuit de badkamer.
“Nee hoor,” antwoordde ik terwijl ik de schaterlachende Hilde probeerde te negeren, “ik was de inrichting van je woonkamer luidop aan het bewonderen.”
“Dank je. Ik kom zo meteen. Doe maar alsof je thuis bent.”
Meteen wierp ik Hilde een vernietigende blik toe.
“Je had het bijna verpest, stomme trut. Maak nu dat je wegkomt voor je het helemaal verpest voor mij.”
“Je valt in herhaling,” zei ze terwijl ze vlak voor me kwam staan, “en bovendien heb je mij niet nodig om alles in het honderd te laten lopen. Dat kan ik met een gerust hart aan jou overlaten. Ga gewoon weg voor je het verpest. Je weet best dat ze je hart zal breken. Morgen zal je me dankbaar zijn dat ik je heb gered van een nieuwe klap.”
“Vergeet het,” siste ik koppig, “het is niet omdat jij mijn hart hebt verbrijzeld dat elke vrouw dat zal doen. Dit keer meen ik het, Hilde. Verdwijn want ik wil niks meer met je te maken hebben.”
“Hoe dom ben jij eigenlijk?” vroeg ze op dat uitdagende toontje van haar. “Het is jouw verbeelding die me hier bracht. Ook al zijn we dan bijna twee jaar uit elkaar, je weet best dat ik in jouw ogen nog helemaal je ex niet ben. Als je eerlijk bent, zal je moeten toegeven dat je me terug wil. Of niet soms?”
Op slag was ze verdwenen. Verbouwereerd keek ik in de richting van de voetstappen die ik achter me hoorde. Mijn mond viel open toen ik Anneke op me af zag komen. Haar babydoll liet nog weinig aan de verbeelding over.
“Zie je iets dat je bevalt?” vroeg ze met een zwoele stem.
“Ja,” zei ik, “maar Hilde had gelijk. Ik moet gaan.”
Met een brede glimlach liet ik haar sprakeloos achter. Die klap had ik nog net kunnen ontwijken…
Categorieën: Blogvulling
getagged: creatief zijn, Trouw, wedstrijdje